Frans de Leef
Frans de Leef

Roken.

De laatste die ik verwacht had tegen te komen en dan ook nog op het schoolplein, was Jeroen. Oftewel Jerommeke, zoals hij, niet onterecht, door vriend en vijand wordt genoemd. Jerommeke is een zware-shag-rokende body builder die zo stijf staat van de anabolen, dat hij vermoedelijk daar waar hij af en toe stijf zou willen zijn, het wel kan vergeten. Hij was, net als ik trouwens, inmiddels met een aanmerkelijk jongere vriendin aan de tweede leg begonnen; vandaar het schoolplein. En hij was, niet geheel onbelangrijk, ook een ex van mijn ex.
Hij had mij toentertijd opgevolgd nadat ik, in mijn optiek, het wijze besluit had genomen dat zij en ik maar beter uit elkaar konden gaan. Ik kon haar geen liefde geven, spoog ze me regelmatig toe. En dat terwijl ik mijn liefde, om hoofdpijntechnische redenen, bij haar al jaren niet meer kwijt kon. Vermoedelijk hadden wij ieder een andere interpretatie over wat liefde zou moeten of kunnen zijn. Maar in mijn hart geloof ik nog steeds dat de werkelijke reden van onze separatie in de tabak lag. Ze haatte rokers! Dat heb je trouwens wel meer met vrouwen die gestopt zijn met paffen. Op een gegeven ogenblik was het zo erg met haar, dat ik zelfs in huis niet meer mocht roken en werd verbannen naar de tuin. Nou vind ik dat in de zomer niet zo erg, maar ’s winters is dat heel andere koek. Dan sta je daar, als het steenstervens koud is op je afwerkplek. En als ik dan na veel soebatten en onderhandelen het buiten voor het binnen mocht verruilen, moest ik om de goede vrede te bewaren plaatsnemen onder de afzuigkap in de keuken. Je moet er wat voor over hebben om aan je gerief te komen. Want laten we wel wezen, roken: ’t is een verslaving, maar ’t is als je ervan houd, wel verdomde lekker!
Op een avond had ze hysterisch geroepen: “Sigaretten eruit, of jij eruit!”
Gezien de voorgeschiedenis, was die keuze voor mij niet echt een moeilijke.

Jeroen stond me juist te vertellen dat hem min of meer hetzelfde met haar was overkomen, toen in de deuropening van de school de manager -vroeger heette zo iemand gewoon de bovenmeester- verscheen en de op het schoolplein aanwezige ouders nadrukkelijk mededeelde: dat er vanaf heden ook op het schoolplein niet meer gerookt mocht worden. Met het excuus, dat hij er ook niets aan kon veranderen, omdat het schoolbestuur in al haar briljantheid deze nieuwe regels had verordend.
Heeft zo’n schoolbestuur niets beters te doen, dacht ik bij mezelf. Waar is de tijd gebleven dat de al of niet rokende juffrouwen of meesters nog respect afdwongen? Waar is de tijd gebleven dat de rokende leraar en lerares nog gewoon juf en mees werden genoemd in plaats van Wim of Gertie en dat ze konden lezen, spellen, schrijven en hoofdrekenen? Sterker nog: waar is de tijd gebleven dat ze het zich konden permitteren -financieel gezien- om dagelijks een doosje rokertjes te kopen?
Kijk, als ze zich daar nou eens druk om zouden maken in hun torenkamertjes, in plaats van dat gezeik over het roken. Wees dan consequent, nu we het toch over gezondheid hebben en pak dan ook die malloten eens bij de kladden die dagelijks hun kroost met de fourweeldrive bij school afleveren. Want neem maar van mij aan, achter zo’n stadstractor fietsen is ook niet echt lekker voor onze kinderlongen.
Maar goed, genoeg geluld. Het is de hoogste tijd om op m’n gemak maar weer eens een shaggie te gaan draaien. 

Geplaatst op: Donderdag 20 september 2007 om 13:39 uur
107509
bezoekers
© 2012 - Frans de Leef