Frans de Leef
Frans de Leef

Radio.

Er is van deze column een audioversie beschikbaar.
Mijn vroegste herinnering aan de radio stamt uit het begin van de jaren vijftig. Hij stond bij ons thuis in de woonkamer op het dressoir. Een bruin bakelieten kastje met een ronde speaker in ‘t midden en aan beide zijden van de zenderschaalverdeling een draaiknop. De linkerknop was voor het geluid en met de rechterknop bestuurde je het naaldje om de zenders te zoeken. Hilversum 1 en 2, de Belg, Luxemburg en als de atmosfeer het toeliet, de BBC of een Duitse zender. 

In het midden onder de speaker van onze radio zat een soort oog, een magisch groen oog dat zich verwijdde en vernauwde bij elke beweging van de naald. En boven de radio, vlak tegen het plafond, was door middel van twee spijkers in de muur de antenne gespannen. Nou ja, een antenne, het was een spiraalvormig ijzerdraadje van een meter of drie. 

En zo mocht ik als kind naar de radio luisteren, om de muziek en het nieuws tot me laten komen. Het klinkt idyllisch en dat was het ook. Het waren, voor kinderen althans, de onbezorgde jaren van de wederopbouw. Met voor de hardwerkende ouders als ontspanning in de avonduren programma’s als: de ‘Bonte dinsdagavondtrein’, de ‘Familie Doorsnee` en natuurlijk ‘Paul Vlaanderen’. “Ina, schatje wees op je hoede, de inspecteur houdt ons in de gaten.” 

Je kon op straat letterlijk een kanonskogel afschieten als dergelijke programma’s op de radio waren. Maar er zaten voor mij ook minder leuke kanten aan de radio. Neem bijvoorbeeld de zondagmiddagen. Vast ritueel: kopje groentesoep en je kop houden bij G.B.J. Hilterman, die de toestand in de wereld besprak. Direct daarna, de soep was op, moest ik nog steeds m’n kanis houden, want op de Belg was er dan een uur lang ‘Belcanto’. Vind je ’t gek dat ik nog steeds een bloedhekel heb aan opera! 

U hoort het, ik kom uit een tijd dat er nog geen televisie was. Uit een tijd dat je nog geen idee had welke gezichten er bij de stemmen hoorden die dagelijks via de ether tot ons kwamen. Zo kon ik bijvoorbeeld heerlijk wegdromen bij het hese en sensuele stemgeluid van een vrouw als Meta de Vries. Wist ik veel! En begreep ik pas jaren later dat Jean Dulieu (Jan van OOrt) in z’n eentje alle stemmetjes deed bij Paulus de Boskabouter. 

Zo heb ik altijd gedacht - en nu maak ik even een sprong naar het heden - dat radiomaker pur sang Paul Waayers, afgaande op zijn donkerbruine, ietwat hakkelende maar zeer adremme stemgeluid, een stevig gebouwde, wat rommelige, bebrilde jonge vijftiger was met warrig haar en een zwartleren jack…, tot ik hem onlangs ontmoette! 

Zo zie je maar: radio… is en blijft een mysterieus fenomeen. Het is nooit wat je denkt dat het is.
Geplaatst op: Vrijdag 28 september 2007 om 10:36 uur
107509
bezoekers
© 2012 - Frans de Leef