Frans de Leef
Frans de Leef

Mij pakken ze niet.

“Hé Ar, hoe lang hebben we nog?”
Arthur, de uitbater van het buurtkroegje tegenover m’n atelier, strekte theatraal zijn linker arm, draaide langzaam de pols een kwartslag, bestudeerde z’n horloge en zei: “Twee dagen, één uur, vierenvijftig minuten en achttien seconden. O nee, sorry, zestien seconden, time flies.”
“Mooi”, zei ik, terwijl ik de benodigde genotsmiddelen uit m’n colbert haalde. “Dan heb ik nog ruimschoots de tijd om een lekker shagje te draaien."

"Potverdomme Arthur”, vervolgde ik, “hoe gaan we dat nou doen volgende week? Je hebt nog geen kloten veranderd aan je toko. Hou je d’r wel rekening mee dat ik ‘t verrot om buiten op de stoep te gaan staan paffen. En op die vierkante meter achter, die jij dè buitenplaats noemt, kan je amper een asbakje kwijt, laat staan een arsenaal aan verslaafden. Nee, als het zó moet ben je binnen de kortste keren mij als klant kwijt. Ik heb namelijk twee stelregels in het leven: als ik neuk wil ik zoenen en als ik zuip wil ik roken!”
“Maak je geen zorgen”, zei Arthur geruststellend. “Ik heb ’t al helemaal uitgekiend. Maandag is de zaak een dagje gesloten, omdat we dan groots gaan verbouwen. Nou ja groots verbouwen, we gaan een paar noodzakelijke aanpassingen doen.
De bar gaat een metertje achteruit, plat tegen de muur. De tap wordt een halve slag gedraaid en wordt voorzien van een brokje speciaal voor mij ontwikkelde zeer geavanceerde elektronica. Dat geldt ook voor de frisdrankenautomaat en de flessen wijn, sterke alcoholica enzovoorts worden voorzien van een elektronische schenktuit. D’r komt een speciale koffieautomaat en bij de ingang haal ik één van de gordijnen weg waar dan een volglazen cabine komt te staan, voorzien van een airco en….”
“Ho, ho, ho, kap eens even lekker!”, riep ik, “ik pas er voor om in ‘n aquarium te blowen!”
“Wacht nou even”, zei Arthur rustig, “geen paniek. Luister: in die hermetisch gesloten volglas cabine, van dik twee vierkante meter mét airco, zoals ik al zei, en voorzien van een intercomsysteem, daarin plaats ik onder andere de kassa. Zo creëer ik voor mezelf, als zijnde ZZP’er en enig personeelslid van dit etablissement, een rookvrije werkplek, want dat is verplicht. Let op, want nu komt het. Bij binnenkomst van een klant neem ik plaats in mijn rookvrije werkomgeving en ik verstrek hem of haar, via een draaiplateautje dat tevens fungeert als een luchtsluisje -je kent ze wel, in de bios hebben ze dat ook- een special pasje. Zeg maar een soort chipknip, maar dan anders. De klant steekt vervolgens het pasje in bijvoorbeeld de elektronische biertap, houdt z’n glas eronder: en voilà, een zelfbedieningspilsje, waarbij naar behoefte gerookt kán en mág worden! En zo doen we dat met de rest van de eventueel uit te schenken dranken idem dito. Het wordt dus een soort selfservice café.
In de tussentijd kom ik dan gewoon weer uit m’n aquarium en voeg me als zogenaamde klant tussen de klanten. Ik ben dan in principe niet meer aan het werk. Tot het moment komt dat je te kennen geeft af te willen rekenen. Nou, dan duik ik mijn rookvrije werkomgeving weer in, jij schuift je pas door de gleuf en via het eerder genoemde draaiplateautje rekenen we af.
Kijk zó doen we dat!
Laat ze maar komen die rakkers van de rookpolitie! Mij pakken ze niet!”

Geplaatst op: Zaterdag 28 juni 2008 om 14:16 uur
107509
bezoekers
© 2012 - Frans de Leef