Frans de Leef
Frans de Leef

Mantelzorger word je niet, dat ben je!

Het begon allemaal met een telefoontje van mijn vrouw dat ik aan het begin van die middag kreeg. Of ik haar even met de auto uit het ziekenhuis wilde ophalen. Normaal gesproken zou de paniek je om het hart slaan als je zo’n belletje krijgt, maar in ons geval is daar niets geks aan, omdat ze gewoon in het ziekenhuis werkt. Het kwam wel vaker voor dat ze belde, bijvoorbeeld als ze een lekke band had of wanneer het hoosde van de regen. Maar die dag lag de zaak toch net even iets anders. Ze was namelijk zoals gewoonlijk op de fiets naar haar werk gegaan en bij aankomst was ze vermoedelijk net iets te enthousiast van haar rijwiel gestapt, met als gevolg: een gebroken voet! Gips eromheen en gaan met die banaan zou je zeggen. Maar nee, volgens de arts was het een zeer gecompliceerde breuk waarop minstens drie weken geen enkele druk uitgeoefend mocht worden. Oftewel, ze kon de komende weken het lopen wel schudden!

En daar sta je dan, van het ene op het andere moment ben je ongevraagd gepromoveerd tot ‘mantelzorger’. Alleen heb je op zo’n moment nog geen enkel benul van wat dat eigenlijk inhoudt. Nou, om u eerlijk de waarheid te zeggen kwam ik daar razendsnel achter! Het in en uit de auto stappen ging al niet echt soepel, maar het eerste echte obstakel bleek thuis de trap te zijn en gezien het gewicht van mijn echtgenote, was dragen geen optie. Dus dat werd treetje voor treetje op de billen naar boven. En om een tweede martelgang te voorkomen - onze slaapkamer ligt namelijk op de tweede etage - werd daarom meteen besloten om het logeerbed maar achter in de woonkamer te zetten, tafeltje ernaast en de TV aan het voeteneinde. Op zich allemaal nog zeer overzichtelijk, totdat er een plasje gedaan moest worden. Hinkelend naar het toilet of op de kampeerplasemmer? Het werd ’t laatste, maar die emmer moest natuurlijk ook weer geleegd worden. En als ik ergens niet tegen kan dan is het wel…. Want geloof me, als de kat aanstalten maakt om een haarbal uit te kotsen, dan loop ik al kokhalzend de kamer uit. Ja, sommige mensen hebben dat en daar ben ik er één van. Maar daar bleef het helaas niet bij. Ik kon geen kant meer op, de hele dag stond    - even los van alle huishoudelijke taken die natuurlijk gewoon door gingen - in het teken van hèt verzorgen. Helpen met douchen, aankleden, boterhammetjes smeren, koffie, thee, enzovoort, enzovoort.

Nou werk ik voor mezelf, dus mijn tijd kan ik indelen zoals ik dat wil, maar neem van mij aan: Je komt niet meer aan werken toe!
Nadat ze drie weken achter in de kamer op haar poot had gespeeld en mij de mantel had uitgeveegd, was haar voet dusdanig hersteld dat ze met loopgips eindelijk weer zelfstandig door ’t huis kon kachelen. Gelukkig maar, want veel langer had ik ’t niet volgehouden. Het is, zoals ik Bert van Alphen onlangs hoorde zeggen: “Mantelzorger word je niet, mantelzorger dat bèn je!”

U begrijpt het al, ik ben voor deze schone taak absoluut niet in de wieg gelegd!

Geplaatst op: Vrijdag 3 juli 2009 om 12:47 uur
64669
bezoekers
© 2010 - Frans de Leef