Frans de Leef
Frans de Leef

Loksen.

“Weet jij wat loksen is?”, vroeg de vrouw naast me zonder op te kijken. Een minuut of vijf geleden was ze in de koffietent naast me aangeschoven. Ze had een bakkie besteld en zonder dat ze suiker in d’r koffie deed, zat ze toch onafgebroken in het kopje te roeren.
Ik schatte haar halverwege de zestig. Ze had een mooi gebruind gezicht, een goed figuur voor d’r leeftijd en was min of meer chique gekleed. Niet echt het type dat je in een koffietent zou verwachten.

“Ik lig op ’t grind”, ging ze al roerende verder, “maar ik moet eraf van de woningbouwvereniging. Ik lig d’r verdomme al vanaf m’n veertiende en mét vergunning! Die vergunning is nog van m’n vader geweest. Van hem heb ik ook de fijne kneepjes geleerd. Eerst je schuif opentrekken, rustig wachten en op het juiste moment de beste gooien, dus geen gehaktballen. Schuif weer dicht, donkerhokje open en dan duiken. Geloof mij nou maar, dat is dè manier om ze het snelst achter de drengels te krijgen.”
“Nog een bakkie tante Til?” Goof, de koffiebaas tapte, zonder haar antwoord af te wachten, een vers bakkie. Hij kwam achter z’n counter vandaan en zette ’t voor haar op de tafel. “Gaat ’t wel goed met je, tante Til? Je hebt je eerste bakkie nog niet eens leeg. Sterker nog, volgens mij heb je nog geen slok genomen!”
Tante Til stopte met roeren, keek omhoog en zei: “Verdomme Goof, dat kunnen ze toch niet maken. Die beesten zijn m’n lust en m’n leven! Waarom denk je dat ik nog zo fit ben?”
Goof haalde zijn schouders op.
“Ik heb geen last van m’n rug hoor!”, ging zei verder. “En hoe denk je dat dat komt? Nou….? Dat komt omdat ik wel tien keer per dag ‘t laddertje op- en af ga en de halve dag sta te loksen. Wat denken ze wel, die eikels van de woningbouwvereniging! Ik laat ’t er mooi niet bij zitten! Kijk, dat de daken vernieuwd moeten worden, okay. Maar dat kunnen ze toch zeker ook wel óm m’n duiventil heen doen, of niet soms? Desnoods laat ik ‘m voor een paar dagen weghalen. M’n beestjes kan ik best een weekje ergens anders onderbrengen hoor, als ‘t moet.
Maar nee, zeggen die klojo’s van de woningbouw, die duiventil moet eraf en mag niet meer terug, punt uit! Zonder m’n duiven heeft het leven voor mij geen zin meer!”

“Stel”, zei Goof, “stel nou dat jij je duiventilletje niet meer terug mag zetten. Let wel ik zeg stel hè, dan neem ik aan dat jij een probleem hebt. Maar…, geloof me tante Til, de oplossing is altijd dichterbij dan je denkt. Ze zoeken namelijk bij de gemeente een aantal duivenmelkers. Nieuw plannetje van onze wethouder Baldewsingh. Hij wil door de hele stad duiventillen plaatsen om de wilde duiven een beetje bij elkaar te krijgen, want die schijnen de hele stad onder te schijten. En daarom is hij naarstig op zoek naar plekjes voor die tillen.
Als jij je nou eens opgeeft als vrijwilliger bij de gemeente, dan krijg je misschien wel een compleet nieuwe duiventil. En die stadsratten, die loks jij in no time achter de drengels.
Dan noemen we je over een tijdje, in plaats van tante Til, gewoon Haagse Til.”

Geplaatst op: Maandag 11 augustus 2008 om 11:53 uur
107509
bezoekers
© 2012 - Frans de Leef