|
Kopstoot.
“Ach meneer, ik weet ’t ook niet.” De man naast me aan de bar keek me aan met zó’n intense droefheid, dat je bijna zou denken dat ie de hele wereld over zich heen had gekregen. “Echt, ik weet ’t niet meer”, ging hij verder. “Het is toch niet te geloven. Dertig jaar woon ik nu in deze buurt en eigenlijk nooit problemen gehad. Altijd gezellig, leuke buren. Ja, d’r was natuurlijk wel eens rottigheid. Maar ja, dan moet je maar zo denken: dat komt in de beste families voor, toch? En zie me nu eens zitten. Kapot ben ik! Stuk in m’n kraag en dat is niks voor mij, want ik drink eigenlijk niet. Gevlucht ben ik, voor mijn eigen buren. Tenminste, voor de kinderen van de buren en die zogenaamde vriendjes van ze. Mijn god wat kunnen die gasten een overlast veroorzaken. Gek word je ervan Scheuren rond op van die gejatte scooters, schreeuwen tot diep in de nacht en volgens mij wordt er ook gedeald. En werreke, ho maar! Lonsdalers noemen ze zich, die kaalkoppen. Ze weten verdomme niet eens wat het betekent. Sterker nog, ’t is dat het op hun jasje staat, anders zouden ze niet eens weten hoe je ’t schrijft. En eh…, zeg d’r maar niks van! Want dan krijg je meteen een grote bek, of ze flikkeren je ramen in. Laats nog, heb ik ’s nachts om twee uur de politie moeten bellen. Hadden die eikels een autoruit ingeslagen, gewoon voor de lol of uit verveling. En wat denk je? Sturen ze de volgende dag een zogenaamd jongereninterventieteam langs, om de boel te monitoren. Aardige luitjes hoor, want ik heb nog een tijdje met ze staan kletsen. Valt niets op aan te merken, maar wat moet je ermee? Gaan een beetje slap staan lullen met die gastjes. Ze worden gewoon uitgelachen en zodra ze d’r hielen gelicht hebben is ’t gewoon weer bal. Zo dwing je toch geen respect af. Nee meneer, de voeding krijgen ze wel, maar de opvoeding…. Ik weet niet meer waar het naartoe moet in deze wereld!
Cobus, de barman, die op gepaste afstand had staan meeluisteren, boog zich over de toog en zei tegen de klaagzanger: “Hé Ger, mag ik even interveniëren? Die bonsaiboompjes bij het raam, die met die kale koppies, vragen of je nog wat van ze wil drinken?” “Tja…, kweet niet”, hij draaide zijn vermoeide hoofd langzaam om. “Ach, wat kan mij ‘t ook bommen. Doe mij nog maar een kopstoot dan.”
Geplaatst op: Vrijdag 23 november 2007 om 16:33 uur
|
107509
bezoekers |