Frans de Leef
Frans de Leef

Huisje in Zeeland

Eenmaal over de Haringvlietbrug zag ik het landschap zoals ik mij dat van vroeger herinnerde: Zeeuws, heel erg Zeeuws! Een ontzettend platte polder met gitzwarte klei, dreigende luchten, dijken met eindeloos lange rijen populieren en her en der, als door Gods hand uit de hemel gepleurd, een toevallige boerderij. Niet echt iets voor mij dus, stadsjongen die ik ben.
Maar goed, vandaag was ik op een speciale missie. Ik zat achter in een auto, op weg naar één der meest zuidwestelijke plaatsjes in ons land met de welluidende naam ‘Retranchement’.

Een goede vriendin van me had het illustere plan opgevat om daar een huisje te kopen.
“Voor de vakantie zeker?”, had ik meteen gevraagd.
“Nee Frans”, antwoordde ze, “we willen er gaan wonen!”
“Gáán wónen! Weet je wel hoe ver dat van de Bijenkorf af is? En hoe ga je dat dan doen met je werk?”
“Tja, ach”, zei ze, “nu manlief in de pré-Vut zit, heb ik alleen mijn schrijverij en dat kan tegenwoordig net zo makkelijk per e-mail. We hebben ook al een leuk huis op het oog en daarom, beste Frans, wilden wij je vragen of je eind van de week met ons mee zou willen gaan naar Zeeland. Om het huisje op zijn technische kwaliteiten te beoordelen. We weten zo gauw niemand anders die dat zou kunnen en jij hebt er verstand van, toch?”
We spraken af dat ze mij vrijdag met de auto zouden ophalen en dat ik diezelfde avond met de trein weer terug zou gaan naar Den Haag. Zij wilden daar dan nog een paar dagen blijven om, als ik het huisje zou goedkeuren, nog het een en ander met de makelaar te regelen.

Na een rit van dik drie uur draaide we het Marktplein van Retranchement op.
“Hier is ‘t! Niet gek hè?”, kirde ze enthousiast.
Zo aan de buitenkant te zien stond het pandje er goed bij en binnen zag het er ook niet verkeerd uit. Al moest er wel het een en ander aan gebeuren. Muurtje eruit, eventueel een ander keukentje erin en natuurlijk wat schilderwerk. Nee, niks mis mee. “Nou jongens”, zei ik, na het hele huis aan een grondige inspectie te hebben onderworpen, “als jullie hier in deze negorij willen wonen, dan moet je het vooral kopen. Zeker gezien de prijs die ze er voor vragen, want in Amsterdam heb je voor dat geld nog geen garagebox. Ik vind het alleen vreemd dat het al bijna een jaar te koop staat. Er zal toch geen addertje onder het gras zitten?”
“Nee joh, als je hier een huis koopt en je gaat er zelf wonen is de prijs best redelijk, maar je moet het niet kopen om te verhuren, want dan kost het al gauw het driedubbele. Dat heeft te maken met plaatselijke opcenten, om te voorkomen dat ’t allemaal vakantiehuisjes worden.”

Om de aankoop in spe te vieren werd ik meteen mee uit eten genomen en na een niet te versmaden slibtongetje -Zeeuwser kan het niet- werd ik daarna naar de veerpont in Breskens gebracht. Uitgezwaaid vanaf de kade, wandelde ik twintig minuten later de stationshal van Vlissingen binnen, waar tot mijn stomme verbazing de loketten gesloten bleken te zijn.
De stationschef bracht uitkomst: “Meneer, u zoekt iets?”
“Ja, ik wil met de trein naar Den Haag, maar ik kan nergens een kaartje kopen, de loketten zijn dicht.”
“Nieuwe policy van de spoorwegen meneer. U gaat zelden met de trein, hoop ik? Heel verstandig! Maar geen nood, in de hal staat een automaat. Daar kunt u doormiddel van uw pinpas, of muntgeld een geldig vervoersbewijs trekken met een bestemming naar keuze.”
“Maar ik heb helemaal geen pinpas bij me en het lijkt me stug dat ik dik twintig euro aan klein geld in m’n kontzak heb zitten.”
“Dan heeft meneer een probleem. Maar ja, wij moeten klantvriendelijk blijven, dat valt ook binnen de eerdergenoemde policy. Dus adviseer ik u, gewoon op de intercitty stappen en dan maar hopen dat u geen controleur tegen komt.”
Die controleur ben ik wel tegengekomen, maar dat was gelukkig in lijn 3 en die vroeg alleen maar naar m’n strippenkaart. 

Daarnet ging de telefoon, het was Zeeuws meisje: “Frans, het voorlopig koopcontract is getekend hoor!. En zal ik je eens wat vertellen: ik ben er inmiddels achter waarom ons huis zo lang te koop heeft gestaan, het is vroeger het plaatselijke bordeel geweest en daarna een hennepkwekerij.” 

En ik maar denken dat ze op het platteland gingen wonen.
Geplaatst op: Woensdag 23 januari 2008 om 13:51 uur
107509
bezoekers
© 2012 - Frans de Leef