Frans de Leef
Frans de Leef

De Bonneterie

“Wil jij misschien wat van me drinken?” De man keek me vluchtig aan en ik zag aan z’n gezicht dat hij het uit een soort beleefdheid aan me vroeg en hoopte dat ik ‘nee’ zou zeggen.
“Ja lekker”, zei ik een beetje pesterig. “Doe mij maar een biertje.”
“Een biertje!”, zei hij zichtbaar teleurgesteld, waarschijnlijk omdat ik op z’n aanbod inging. “Je kan een pilsje van me krijgen. Biertjes worden alleen door studenten gedronken en jij ziet er nou niet bepaald uit alsof je gestudeerd hebt.”
De man draaide zich een kwartslag richting de tap en maakte met twee vingers het rondjes gebaar.
“Jij bent hier voor ’t eerst hè?”, ging hij verder, “tenminste, ik heb je hier bij Duynstee nooit eerder gezien. En ik heb een goed geheugen voor gezichten hoor, al zeg ik ’t zelf. Ja, ikzelf kom hier praktisch elke dag, zo aan het eind van de middag. Om rustig te kunnen genieten van al het schoons dat er is, zal ik maar zeggen. Glaasje d’r bij en dan maar mijmeren hoe mooi ’t zou kunnen zijn als ik dertig jaar jonger was. Want je wordt wel ouder, maar dat wil niet zeggen dat...
Dagelijks zit ik hier, op m’n vaste stekkie bij ’t raam. Behalve op donderdag. Op donderdag zal je mij hier nooit aantreffen, want dan wordt ’t me te laat. Dat komt door de koopavond. Snap je?” 

Net toen ik me begon af te vragen waar hij ’t in hemelsnaam over had, rechtte hij plotseling zijn gekromde rug en in zijn droeve ogen, die onafgebroken naar buiten hadden gestaard, verscheen ineens een glinstering.
“Daar heb je ze!”, siste hij zachtjes.
Ik keek naar buiten en zag aan de andere kant van de Halstraat een deur openzwaaien.
“Let op!”, zei hij, terwijl hij me met z’n elleboog een por gaf. “Kijk nou toch eens! Wat zijn ze prachtig hè! Plaatjes zijn ‘t, de meisjes van de Bonneterie. Zie eens hoe leuk ze met elkaar staan te giebelen en denk erom hoor, als ze zo’n hele dag in de winkel gewerkt hebben dan hunkeren ze naar liefde. En ik kan ’t weten, want mijn vrouw zaliger heeft er ook jaren gewerkt!
Soms haalde ik haar wel eens op van d’r werk en dan dacht zij altijd dat ik speciaal voor haar kwam, de schat. Dat was natuurlijk ook wel zo, maar ik kwam natuurlijk ook voor haar collegaatjes. Praatje pot en een beetje dollen als het zo uitkwam, maar nooit… Als u begrijpt wat ik bedoel. Daar deden we niet aan, want we hadden een goed huwelijk mijn vrouw zaliger en ik. Nee, geloof me, ik kan er uren naar kijken en van genieten. Niet alleen toen hoor, maar nu nog steeds, al word ik dan een dagje ouder en wil het lichaam niet meer doen wat er in de geest zit. Daarom zit ik hier ook zo graag. En ach, laten we eerlijk wezen, als je je aan de regels houdt, is het leven eigenlijk zo simpel. Maar, neem van mij aan, je moet wel altijd je ogen open houden, want anders mis je de mooie dingen in het leven.”

De dames, die zijn leven nog een beetje kleur gaven, waren inmiddels uit ons zicht verdwenen en met een tevreden blik vroeg hij: “Zeg, wat denk je, zullen we er nog eentje nemen?”
“Dat lijkt mij een fijn plan”, zei ik, “en nu ik toch van uw uitzicht heb mogen mee genieten, zullen we er dan maar een lekker bittergarnituurtje bij nemen?”
Ik draaide me richting bar en imiteerde met twee vingers het zojuist geleerde rondjes gebaar.

Geplaatst op: Zondag 24 februari 2008 om 16:29 uur
107509
bezoekers
© 2012 - Frans de Leef